Wat zijn de kansen dat het syndroom van Asperger wordt overgeërfd?
Hoewel artsen en onderzoekers niet precies weten wat de oorzaak is van het Aspergersyndroom, lijkt er een sterke genetische component verbonden met deze stoornis. Bijvoorbeeld, een kind in een gezin met het Aspergersyndroom verhoogt aanzienlijk het risico op een tweede kind in die familie met het syndroom van Asperger.
Het Aspergersyndroom is een ontwikkelingsstoornis die het vermogen van een kind om te socialiseren en communiceren met anderen beïnvloedt. Kinderen met het syndroom van Asperger vertonen een typische sociale onhandigheid en een alles overheersende belangstelling voor specifieke onderwerpen.
Tekenen en symptomen van het syndroom van Asperger zijn ondermeer:
- het vaak betrokken raken bij eenzijdige, langdradige gesprekken
- vertonen van ongewone non-verbale communicatie, zoals het ontbreken van oogcontact, weinig gezichtsuitdrukkingen of ongemakkelijke lichaamshoudingen en gebaren
- een intense obsessie voor één of twee specifieke onderwerpen zoals voetbal statistieken, trainingsschema’s, het weerbericht
- inleving met of gevoelig zijn voor gevoelens van anderen
- het moeilijk hebben om andere mensen te begrijpen of om humor te vatten.
Artsen brengen het Aspergersyndroom onder in de categorie autismespectrumstoornissen of pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Deze aandoeningen omvatten alle problemen met sociale vaardigheden en communicatie. Asperger wordt over het algemeen beschouwd als een mildere vorm van een autismespectrumstoornis.
Onderzoek heeft aangetoond dat een kind geboren uit ouders die al een kind met een autismespectrumstoornis hebben een verhoogde kans heeft van ongeveer 4 tot 10 procent om ook een autismespectrumstoornis te ontwikkelen, waaronder het syndroom van Asperger. In gezinnen zonder een voorgeschiedenis van autismespectrumstoornissen, is de kans op een kind met één van deze aandoeningen ongeveer 0,7 procent.
Hoewel er een genetische component verbonden lijkt aan het Aspergersyndroom, is het geen aandoening die kan worden opgespoord door middel van genetische tests. Dit komt doordat het Aspergersyndroom een beschrijvende diagnose noodzaakt. Dat betekent dat een kind wordt gediagnosticeerd met Asperger op basis van de tekens en symptomen die hij of zij heeft, in plaats van de resultaten van een specifieke laboratoriumtest.
In tegenstelling tot sommige aandoeningen die rechtstreeks verband houden met genetica, zoals het syndroom van Down, is er geen prenatale test die aantoont wanneer een foetus het syndroom van Asperger heeft. En Asperger kan moeilijk te diagnosticeren zijn bij zuigelingen, omdat veel van de gedragingen die verband houden met het syndroom van Asperger niet duidelijk zijn tot een kind de leeftijd heeft om naar school te gaan.
Als u denkt dat uw kind tekenen vertoont van het syndroom van Asperger, maak dan een afspraak met uw kinderarts of huisarts om uw kind te laten evalueren. Hij of zij kan u dan eventueel doorverwijzen naar een ontwikkelingsstoornis kinderarts, kinderneuroloog of kinderpsychiater voor verder onderzoek. Praat indien nodig met het schoolpersoneel als uw kind de schoolleeftijd bereikt heeft, over testen die beschikbaar zijn om te bepalen of uw kind in aanmerking komt voor speciaal (buitengewoon) onderwijs.
Popularity: 5% [?]